Inleiding van Achtbaanbouwers
‘Het begin van de moderne tijd’ was het onderwerp van mijn vorige boek, Leven aan de Roer. Dat ging over de ontwikkeling van Vlodrop, een agrarisch dorp, in de periode 1870-1935. Het gaf een schets van die samenleving, van het bestuur over het dorp en van de modernisering die op gang kwam door onder meer de komst van een spoorlijn en een tramverbinding.
Eén alinea in dat boek ging over zonen van de familie Op het Veld die, onder de naam Veldkoning, een handel in landbouwapparatuur en een smederij opzetten. Dit bedrijfje, dat later Vekoma ging heten, is in honderd jaar uitgegroeid tot de grootste en technisch meest geavanceerde bouwer van achtbanen ter wereld. Het werd tijd de boeiende en wisselvallige geschiedenis van dat bedrijf op papier te zetten.
Eerst was ik alleen geïnteresseerd in de periode dat het nog een familiebedrijf was. Ik wist dat Vekoma omstreeks het jaar 2000 in andere handen was overgegaan, maar die laatste periode vond ik toen niet interessant. Er zijn immers veel bedrijven die zo’n ontwikkeling doormaken en vervolgens, los van hun geschiedenis, een onderneming met weinig eigenheid worden. Juist het kleinschalige van Veldkoning en de ontwikkeling die het die eerste decennia doormaakte, vond ik boeiend. Het goed bestuderen van kleine geschiedenis is immers nodig om de grote lijnen te kunnen begrijpen.
Ik wilde mij daarom aanvankelijk beperken tot de eerste, ongeveer zeventig jaar van Veldkoning en Vekoma. Dus begon ik afspraken te maken met nog levende leden van de familie Op het Veld en met de man die door directeur Gerard op het Veld tot zijn opvolger was gekozen, Jacques Houben. Gerard beschouwde Jacques Houben als zijn ‘zesde kind’.
Natuurlijk kreeg ik ook contact met de huidige directie van het inmiddels grote Vekoma Rides, al was het maar omdat die voorbereidingen trof voor het eeuwfeest van het bedrijf in 2026. Zij vroeg mij om verder te kijken en de volledige geschiedenis van Vekoma te schrijven, dus ook van de afgelopen dertig jaar. We maakten daar een afspraak over. Ik bleef vrij in mijn schrijfwerk en de directie zou de tekst beoordelen op feitelijkheden.
Van die afspraak heb ik geen spijt van gekregen, want de geschiedenis van Vekoma vanaf 1995 is minstens zo interessant als
die van vóór dat jaar. Het bedrijf ging door een diepe crisis, werd op het nippertje gered en is met veel vakmanschap van ondernemers, ingenieurs en metaalbewerkers tot grote bloei gekomen. Het is een fascinerend verhaal: van dorpssmederij tot hofleverancier van onder meer Walt Disney, mondiaal verkoper van zo’n zeshonderd attracties en wereldkampioen in achtbaantechniek.
De sleutel tot het succes was en is vaardig ondernemerschap. Het ging al die tijd om het werk van bekwame managers die aanvoelen op welke markt ze kunnen inspelen en die in staat zijn hun beschikbare techniek daarvoor in te zetten en steeds verder te ontwikkelen. Maar ondernemers kunnen ook inschattingsfouten maken, zoals we zullen zien, en het was bijna helemaal fout afgelopen.
Naast de managers zijn er de creatieve en de technische medewerkers die steeds weer nieuwe ontwerpen maken en deze in staal weten te ‘vangen’. Heel lang gebeurde dat nog met hulp van simpele rekenapparaten en constructiemachines. Het vroeg vooral vakmanschap, toewijding en hard werken.
Ik heb geprobeerd niet alleen de bedrijfseconomische ontwikkeling te beschrijven, maar ook de plaats van het bedrijf in de samenleving, als werkgever en als buurman. Hoe was het zestig jaar geleden om daar te werken? Hoe was het voor Vlodrop om zo’n almaar groeiende onderneming aan de rand van het dorp te hebben? Hoe groeide het bedrijf mee met de industriële ontwikkeling van Limburg en met de opkomst van een economisch belangrijke amusementsmarkt?
Dit is het verhaal over wat ooit begon als het kleine Veldkoning en wat nu het trotse Vekoma Rides is. Het is het verhaal van een onderneming die nauw verbonden is met de provincie Limburg en die hier – uitgerekend dankzij Japanse bemoeienis – nog heel lang zal blijven.
Den Haag/Vlodrop, juli 2026 Pieter Maessen