Dit artikel is in 2024 opgenomen in het boek Leven aan de Roer. Het begin van de moderne tijd in Vlodrop 1870-1935.
De Markt van Vlodrop, ach dat is toch zomaar een pleintje in een dorpje? Niks bijzonders, toch? Niet als we eens kijken wat hier op deze Mèrt, op deze Platz, allemaal is gebeurd.
Al elfhonderd jaar steeds nieuw leven op de Markt van Vlodrop
Door Pieter Maessen,
met medewerking van Louis op de Kamp, Henk Wilbers en Ton Schönwetter
Er is eigenlijk maar één plek in Vlodrop die al zo’n 1100 jaar onveranderd is: de Markt. Het dorp stond in het jaar 943, diep in de Middeleeuwen, al bekend als Flothorp, dorp aan de Fluss. Toen stonden er dus al de eerste huizen bij deze oversteek over de Roer. Of er toen ook al een brug lag, weten we niet want het eerste bewijs daarvan dateert van 1377 toen het kerspel Vlodrop het recht kreeg om daar tol te heffen. Dat was iets waar ze in Roermond in de loop der eeuwen niet blij mee waren, want daar inde men de tol liever zelf.
De kern en de Markt in 1842. We zien drie brouwerijen, waaronder De Lindeboom. De kerk en het raadhuis staan nog linksonder. Op deze kaart staan ongeveer negentig woningen, maar er staan ook woningen Tussen de Bruggen, op de Etsberg en verspreid over het buitengebied. Op de Markt stond blijkbaar nog een kapelletje. (Kaart: Aezel.eu)
Die oversteek van de Roer lag in een belangrijke route. Vlodrop was toen geen grensdorp, zoals nu, want nationale grenzen bestonden nog niet. Er waren steden en die waren met elkaar verbonden door wegen, zoals de weg tussen de bestuurlijke centra Roermond en Wassenberg. Die route liep langs de Kapel van Roermond, over de brug in Sint Odiliënberg en via Paarlo naar de Roerbrug van Vlodrop.
De stippellijn op deze kaart uit 1866 laat duidelijk de doorgaande route zien van Roermond naar Wassenberg
En dat was weer een deel van de routes tussen Antwerpen en Keulen en tussen Aken en Venlo en verder naar Nijmegen. Reizigers tussen die steden moesten in Vlodrop de Roer oversteken en kwamen dus langs de huizen die aan dit plein lagen, dat we nu de Markt noemen.
De oudste bekende foto van de Markt met van links naar rechts de woonhuizen van de families Van der Beek, Bergh en Fabus, rechts de doorgang naar de Boomgaardstraat, daarnaast het huis van de familie Biermans, de witte boerderij van de familie Bremmers en helemaal rechts café Bremmers, dat in elk geval in 1904 bestond.
Bedrijvigheid
De Markt van Vlodrop was geen plein met een kerk, een raadhuis of een postkantoor, want die lagen verderop in het dorp, net als de halte van de stoomtram naar Roermond. Het gebouw dat we nu als het voormalige raadhuis kennen, is pas in 1928 gebouwd. Deze Markt was eeuwenlang een plein met boerderijen, huizen en herbergen.
Er was vaak grote bedrijvigheid, want er zijn door de eeuwen heen veel markten gehouden. Vlodrop was een schapendorp, want die dieren konden goed leven op de uitgestrekte heide van de Meinweg. En waar heide is, daar zijn ook bijen. Daarom was Vlodrop ook een dorp waar schapen, bijen, honing en bijenwas werden verkocht. Tot zo’n honderdvijftig jaar geleden waren er ook veemarkten. Je kunt je voorstellen hoe levendig het op zulke dagen hier is geweest met tientallen boeren en handelaren uit de wijde omtrek. De herbergen deden goede zaken.
Rond 1789, het jaar van de Franse Revolutie, veranderde het aanzien van de Markt. Dat kreeg meer allure want langs de straat naar de Roerbrug werd De Lindeboom gebouwd.
De Lindeboom met paardenstal in 1914 en rechts de slagerij van W. Schmitz.
Dat werd een herberg, een brouwerij en een paardenstal en daarmee zo’n honderdvijftig jaar lang het belangrijkste gebouw aan de Markt. Het werd volgens Gerard Krekelberg geleid door de familie Cuypers, de familie waaruit ook de Roermondse architect Pierre Cuypers zou voortkomen. Krekelberg beschreef De Lindeboom als ‘het bekende, gezellige ouderwetsche lokaal, waar elken middag ten twaalf uren de notabelen der gemeente zich saam vonden om onder 't nemen van een prima Schiedammertje of een eigen gebrouwd heerlijk glas gerstenat, waarbij de waard Cuypers steeds de lange pijp rookte, de eventueele gebeurtenissen, met een scheutje dorpspolitiek erdoorheen, werden gememoreerd, terwijl ook land-, tuinbouw en veeteelt in 't gesprek hunne beurt kregen.’
Aan het begin van de vorige eeuw kwam het eerste ‘instituut’ aan de Markt, want door het poortje links naast café Bremmers kon je het kantoortje van de Boerenleenbank binnen gaan. Daar bewaakte kastelein, landeigenaar en bankier Joep Bremmers de kluis en daar kon een boer geld lenen om bijvoorbeeld een nieuwe stal te bouwen.
Een vooroorlogs plaatje van het huis van de familie Cuypers (Friete-Graat). Dit huis stond op de plek waar nu het beeldje van Krekelberg staat, het adres was toen Kerkstraat. Dit is rond 1954 het laatste van de vier afgebroken huizen achter het gemeentehuis. Mooi dorps plaatje met fiets tegen de gevel, melkbussen naast de openstaande deur en een grote boerenkar voor de schuur.
De Lindeboom in de jaren vijftig.
In 1920 vestigde dokter Meuwissen zich als eerste arts in de Roerstreek. Elke dinsdag- en vrijdagmiddag hield hij spreekuur in De Lindeboom. Nadat Meeuwissen vlak voor de oorlog was doodgeschoten aan de Rothenbach, kwam dokter De Jong uit Melick en daarna hield dokter Botman uit Herkenbosch hier spreekuur tot in de jaren tachtig. In de jaren vijftig kon je op kermiszondag in De Lindeboom een familiefoto laten maken, dan was het even een fotostudio. In de jaren zestig was kon je aan een raampje rechts bij De Lindeboom voor het eerst frites kopen in Vlodrop.
Beelden en sculpturen
In 1923 schreef historisch onderzoeker en Vlodrops onderwijzer Gerard Krekelberg een serie over romantische plekjes in Limburg. Daarin kwam hij woorden te kort toen het over Vlodrop ging. De ‘gezellige, ruime Platz’ is ‘omkransd met vol en zwaar gekroonde linden- en olmenbomen’. Krekelberg kwam er graag en woonde vlakbij in de Grootestraat. Toch was hij niet tevreden, want hij vond dat ‘de vroede vaderen’ best meer geld zouden mogen uittrekken om het dorp te verfraaien. Aan die Platz zou volgens hem een mooi nieuw raadhuis moeten komen.
Een paar jaar later werd dat raadhuis inderdaad gebouwd en Krekelberg greep zijn kans om de Markt verder aan te kleden. Hij schonk Vlodrop een meer dan twee meter hoog beeld van Vrouwe Prudentia dat in het plantsoen voor het raadhuis kwam te staan. Prudentia is de Romeinse godin van gematigdheid en voorzichtigheid, dus eigenlijk een heidens beeld dat je niet zou verwachten in zo'n rooms dorp. De godin heeft de Vlodroppenaren niet lang kunnen inspireren, want het heeft de bommenregen van begin 1945 niet overleefd.
Het raadhuis in de jaren dertig met het beeld van Vrouwe Prudentia. Rechts onderaan zien we nog kippen rondscharrelen op de Markt. De kans dat ze onder een auto zouden komen was erg klein.
Zo hebben er in de loop van de tijd meer monumenten en sculpturen op de Markt gestaan. In 1977 schonk Vekoma bij zijn vijftigjarig bestaan een stevig kunstwerk. Het was een spiraalvormige betonnen 'poal' met daaromheen een bijpassend patroon van maaskeien en betonblokken. Het stelde een wervelwind voor, maar dit plastiek was niet zo geliefd in het dorp. De betonblokken stonden aan de rand van de parkeerplaatsen waardoor automobilisten die niet goed opletten, gemakkelijk schade konden oplopen.
Na de oorlog werd het raadhuis opnieuw opgebouwd en waren de bomen van de Markt verdwenen. De straten werden geasfalteerd en in het plantsoen kwam het belangrijkste kruisbeeld van het dorp te staan. Deze foto is van 1972. Het corpus is ontworpen door beeldhouwer Van Rijn. Het kruis zelf maakte Vlodrops timmerman Wiel op de Kamp in 1953. ‘Kruisbeelden wandelen’, wordt wel eens gezegd, omdat ze bij veranderingen van straten en pleinen wel eens moeten 'verhuizen’. Dat is met dit kruisbeeld in de decennia daarna ook gebeurd. (Foto Pieter Maessen)
Toen er meer ruimte nodig was voor de wekelijkse markt, moest het gras plaatsmaken in 1977 voor klinkers. De ‘poal’ die er kwam, werd voor van alles gebruikt en uitgemaakt. Prins carnaval kroop er op carnavalsdinsdag bovenop en nam al dansend afscheid van zijn onderdanen. Tijdens het carnavalsseizoen stond er een grote (beer)bok op de paal, die ook in diverse carnavalsliedjes voorkomt. Had de fanfare feest, dan stond er een grote solsleutel op. Had de schutterij iets te vieren, dan stond er een grote vogel of een hark met ‘bölkes’ op.
Het beeldje van Gerard Krekelberg kwam er in 1989 ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van het Limburgs volkslied.
Het monumentje voor de carnavalsvierders van de Beerbök was een ontwerp van de vorst van de vereniging, Bert Schmitz. Het is op 11-11-1992 onthuld door burgemeester Martin Smeets en Prins Wiel II (Wiel Goldsmits). Het staat dicht bij café Bremmers waar de carnavalsvereniging in 1964 het levenslicht zag onder Prins Jan 1, die meestal Jan van Brentjes werd genoemd, maar eigenlijk gewoon Jan Mulders heette.
Meiboom
Omstreeks 1970 begonnen de jongens van Jong Nederland met het planten van een meiboom. Het was gedurende een paar jaar spannend of de rivalen uit Herkenbosch ’s nachts weer zouden komen proberen de boom om te zagen. Daarom werd de die voorzien van betonijzer, waar geen zaag doorheen kon. Het planten van de meiboom groeide uit tot een jaarlijks feest met een bijdrage van de fanfare.
De meiboom werd naast de kerk opgetuigd, daarna met vereende krachten naar de Markt gebracht en onder steeds meer belangstelling rechtop gezet. Op de linkerfoto van rechts naar links: Ton Cuypers, John Schmitz, To Bieshaar, Henk Wilbers, Chrit Smeets, Ger Jeurissen, Jos Frijsinger, Hans Schmits [van de sjnieder, half zichtbaar], Peter Schoemakers en Peter Maessen (van de bekker). Op de rug gezien links van de groep Sjra Schmitz, op de stoep staan misschien Thei Roubroeks en Thei Timmermans. Het was begin jaren zeventig, de tijd van de wijdlopende broekspijpen. (Foto Pieter Maessen)
Wanneer op Tweede Pinksterdag het Vogelschieten van de schutterij had plaatsgevonden, trok de nieuwe koning met de fanfare naar de Markt waar Sjaak Grachten zijn kunsten als vendelzwaaier liet zien. In de open lucht voor het raadhuis en in de omliggende cafés werd de receptie voor de nieuwe koning gehouden.
De schutterij mocht om de paar jaar een regionaal schuttersfeest organiseren. Dan zaten de notabelen op de Markt voor het officiële defilé. Vooral in 1921 moet het geweldig druk zijn geweest, want toen mocht Schutterij Sint Martinus het grote Oud-Limburgs Schuttersfeest organiseren. Er reden die dag zelfs extra trams van Roermond naar Vlodrop om alle bezoekers naar Vlodrop te kunnen brengen.
Het vendelzwaaien (vaansloan) werd eerst jarenlang door Drees op de Kamp en daarna door Jacques Grachten (foto) gedaan.
Bij een schuttersfeest rond 1970 stonden de koningen en koninginnen voor het defilé voor het raadhuis.
Onheil
In de loop van de tijd zijn alle gebouwen rondom de Markt wel eens vervangen, daarom is De Lindeboom nu verreweg het oudste. Er hebben zich hier grote drama’s afgespeeld. Op zaterdag 10 september 1921 brak er brand uit. De schuren van het dorp lagen vol hooi en er stond een stevige westenwind. Brandweerkorpsen uit de wijde omtrek schoten te hulp, maar zij konden niet voorkomen dat in het blok dat grenst aan de Kleine Wal maar liefst veertien huizen, schuren en stallen werden verwoest.
Nog veel erger waren de luchtaanval en de artilleriebeschietingen een maand lang vanaf eind januari 1945 die bijna alle gebouwen rond de Markt hebben verwoest of zwaar hebben beschadigd. De Engelsen probeerden daarmee vanuit Posterholt de laatste Duitsers uit Vlodrop te verdrijven. Alleen De Lindeboom, café Bremmers en een paar andere huizen hebben het – zwaar beschadigd – overleefd. Wat er nog over was, is later gesloopt omdat het te oud of door verwoesting te slecht was. Al zouden we met de huidige inzichten misschien een paar van die panden overeind hebben kunnen houden.
Links het raadhuis in maart 1945 en rechts een foto richting Markt met nog net zichtbaar een stuk van de zwaar beschadigde kerk. (Foto's Smeets, Maasbracht)
De Markt als Einkaufszentrum
Na de oorlog kwam er een enorme opleving. De huizen tussen het raadhuis en de pastorie werden gesloopt en aan de overkant verschenen nieuwe, moderne winkels. Zo kwam er de schoenenzaak van Maessen uit Posterholt (‘de Foas’, in het pand waar later café De Prins kwam), Jo Hendrikx begon een meubelwinkel en Jo Pleunis bracht mode naar het dorp. Het waren speciaalzaken zoals je die alleen in een stad zou verwachten. Dat had alles te maken met de voorbereidingen voor de grote, hypermoderne steenkolenmijn Beatrix waardoor Vlodrop enorm zou gaan groeien. De jaren vijftig stonden helemaal in het teken van de groei die Vlodrop en de andere dorpen aan de Meinweg zouden gaan doormaken. Maar die mijn kwam er niet.
Het herstel van de Markt was in 1954 al ver gevorderd. Achter de colonnade kwam de eerste schoenenwinkel. Links van dit blok kwamen even later de meubelzaak van Hendrikx en de modewinkel van Pleunis.
In plaats daarvan kwam er wel de Duitse kooplust en die leidde vanaf 1963 tot de bloeiende zaterdagse weekmarkt en een groot aantal kruidenierswinkels. Nu had Vlodrop groot voordeel van zijn functie als goed bereikbaar grensdorp. De markt trok wekelijks honderden kooplustige Duitsers die zelfs vanuit Jülich, veertig kilometer hiervandaan, een visje kwamen eten, groenten kwamen kopen bij Van Houwelingen of iets meenamen van de kraampjes met ondergoed, kaas, plantjes en allerlei ander spul. Alle winkeliers en poelier Wolters deden daarbij goede zaken en in de cafés werd volop Kaffee und Kuchen geserveerd. Tot ongeveer het jaar 2000 deed de Vlodropper markt soms zelfs niet onder voor die van Roermond. Het was zo druk dat de Duitsers met moeite een parkeerplaats konden vinden.
Kermis
Al meer dan duizend jaar speelt zich hier dus van alles af. De Markt was als het ware de gezamenlijke voortuin van de Vlodroppenaren, waar zij van alles met elkaar beleefden. In de jaren twintig en dertig stond tijdens de zomerkermis een tent op de Markt waar de fanfare speelde en geld ophaalde. De burgemeester had de kasteleins verboden om ook dansen te organiseren en dat leidde tot een flinke ruzie, waarna de burgemeester moest inbinden. Op de zondag van de zomerkermis trok de processie door het dorp met een rustaltaar op de Markt.
Twee keer per jaar moest de handelsmarkt een beetje uitwijken voor de kermis, en dan stond alles in de omgeving vol met kramen, tenten attracties en geparkeerde auto’s.Deze foto is van begin jaren zeventig.
En natuurlijk elk jaar de carnavalsoptocht, zoals deze in 1975.
Knooppunt
En nu heeft Vlodrop weer een Markt die aan deze tijd is aangepast. Het verkeer van Roermond naar Wassenberg neemt tegenwoordig de Keulsebaan. Er is nog de carnavalsoptocht, nu en dan een braderie en nog een klein beetje kermis. Het raadhuis staat nu in Sint Odiliënberg en de Boerenleenbank is helemaal uit het dorp verdwenen. Maar er zijn gelukkig nog een paar actieve kasteleins met hun cafés en eetgelegenheden en andere ondernemers die leuke spullen of lekkernijen aanbieden. Het bezoek komt nu van de vitale verenigingen en van de mensen die de fietsroutes door onze mooie Roerstreek volgen. Zo heeft de nu voltooide opknapbeurt een fraaie nieuwe Platz geschapen die past bij deze tijd waarin behoefte is aan aan een rustige, veilige en aangename ontmoetingsplek in het hart van het dorp.
En nog steeds ligt de Markt van Vlodrop aan een doorgaande route, maar nu van de fietsknooppunten. Zo blijft het een levendig dorp waar mensen graag komen.
De foto's in dit artikel komen deels uit het archief van Pieter Maessen deels van de Faceboekpagina 'Vlodrop in Oude Dagen' en deels uit het archief van Henk Wilbers, Louis op de Kamp of de Heemkundevereniging Roerstreek. Piet van de Venne maakte de foto's in de kop, van de Beerbök en van Krekelberg.