Afl. 14 - Maessen botst met autoriteiten over 'Russische toestanden'

Gepubliceerd op 7 februari 2024 om 11:00

Aan de grens hadden de autoriteiten het druk met controles. Hier zoekt de douane in 1918 op Vlodrop Station naar contrabande in een wagon met stro.
Foto Spaarnestadarchief.


Marechaussee

Burgemeester Jacques Maessen was niet bang de strijd aan te gaan met andere autoriteiten, maar dat pakte niet goed voor hem uit. Hij was wel eens onbesuisd en moest dan later terugkrabbelen. Maar hij verwoordde wel wat veel mensen in de dorpen stilletjes dachten: die vreemde soldaten en autoriteiten in onze streek begrijpen ons niet.

Al sinds 1882 was een brigade van de Koninklijke Marechaussee aan de grens in Vlodrop actief en in de Eerste Wereldoorlog was de grensbewaking veel strikter geworden. In die jaren kreeg Vlodrop een eigen marechausseekazerne, dat is het gebouw met vier woningen aan het begin van de Schaapweg.

De marechaussees zijn de politiemensen van de krijgsmacht en staan onder bevel van de ministers van Defensie en Justitie. Zij waren niet populair omdat zij van buiten Limburg kwamen en als dienstkloppers werden gezien met wie niet te praten viel. Ook letterlijk was dat moeilijk, want ze spraken geen dialect en hadden moeite dat te verstaan. In de Limburgse kranten werd ook regelmatig stemming tegen hen gemaakt en dat gebeurde ook in een zaak met burgemeester Maessen. Wat was er aan de hand?[1]

Passencontrole

De regionale commandant in Venlo, Van der Hoeven, meldde in december 1925 aan zijn chef in Nijmegen dat mensen zonder geldige papieren in Vlodrop waren komen wonen. Het ging om enkele mannen en vrouwen, van wie er één huishoudster zou zijn bij wethouder Engelen in Herkenbosch. Toen Van der Hoeven daarover had gesproken met burgemeester Maessen, zou die knorrig hebben gezegd: 'Heel die passencontrole is belachelijk, bespottelijk. Jullie moeten maar een beetje water bij de wijn doen.'

Dat liet de Venlose commandant niet erbij zitten en hij schreef aan zijn baas in Nijmegen dat hij het slappe gedrag van de burgemeester zou melden bij het ministerie van Justitie en de commissaris der koningin. Daarop liet Maessen weten dat hij met commandant Van der Hoeven niet meer wenste samen te werken, maar dat kon natuurlijk niet. De hogere commandant in Nijmegen vond zijn man in Venlo juist ‘flink’ en ‘ijverig’ en hij zou de zaak eens persoonlijk komen onderzoeken. Dat leidde tot een klacht tegen Maessen bij de commissaris van de koningin waarin stond dat de burgemeester 'zijn persoonlijke gevoelens ondergeschikt [moest] maken' aan de wettelijke bepalingen die hij moest uitvoeren.

(Tekst gaat door onder de foto.)

 


Misschien wel de laatste ossenkar in het dorp in 1928. Zelfs in de jaren 1960 had een enkele boer nog zo'n kar, maar dan met een trekpaard ervoor.
Foto uit de jubileumgids van de parochie in 1981, samengesteld door Ton Wolswijk


Papieren

Nu kreeg de burgemeester het een beetje benauwd en hij scheef een uitvoerige brief[2] aan de gouverneur. Hij gaf toe dat hij vreemdelingen in het dorp had toegelaten, maar die waren hier gekomen omdat ze er werk hadden gevonden of er familie hadden. Ze hadden misschien niet meteen de goede papieren, maar na een tijdje kwam dat wel goed, dus er was eigenlijk niets aan de hand.

Tegelijk pakte hij stevig uit tegen de regionale commandant in zijn dorpen. Die zou stemming maken en zijn werk veel te strikt opvatten, ook in de omgang met Duitse collega-beambten aan de grens, met wie je toch moest samenwerken. Met de voorgangers van de huidige commandant en ook met de plaatselijke commandant van de Marechaussee had hij nooit problemen gehad.

Die brief aan de gouverneur pakte niet goed uit, want die koos partij voor de Marechaussee[3]. Het had op de gouverneur 'geen aangename indruk gemaakt' dat Maessen zich had beklaagd over de groepscommandant, want als burgemeester moest hij gewoon de wet strikt naleven.

Het lokale conflict drong door tot de landelijke media, zelfs tot De Telegraaf en zo kwam Jacques Maessen ongunstig in het nieuws. In juni schreef De Amsterdammer[4] dat een klacht tegen de burgemeester was ingediend bij de ministers van Oorlog en van Binnenlandse Zaken omdat hij zich in sterk afkeurende bewoordingen zou hebben uitgelaten over de politiesoldaten en dat ‘de commissaris der koningin de burgemeester over diens optreden [heeft] onderhouden.' Maessen was een kleine nationale affaire geworden.

Russische toestanden

Daar bleef het niet bij want korte tijd later haalde Vlodrop opnieuw de landelijke pers. In mei 1926 schoot een sergeant van de Marechaussee aan de Rothenbach ’s avonds laat op een auto die waarschijnlijk op die slecht verlichte plek het stopteken van de soldaat had gemist. Het slachtoffer, koopman Heyligers uit Herkenbosch, moest met spoed naar het ziekenhuis.[5] Het incident leidde in heel Nederland[6] tot verontwaardiging over de ‘schietgrage militair’ en vooral in de Limburgse kranten was de stemming vijandig. De Limburger Koerier[7] had een prominent artikel onder de kop ‘Russische Toestanden te Vlodrop en Herkenbosch’. Het is te veelzeggend om er niet een paar citaten uit over te nemen.

De krant schreef: ‘Reeds geruime tijd weten wij dat er in Vlodrop en Herkenbosch door de inwoners voortdurend steen en been wordt geklaagd over het optreden der militaire politie, in den volksmond daar aangeduid met de naam van ‘grijzen’. (…) De stemming in de betrokken streek is gestegen tot een opgewonden verontwaardiging. De maat is thans vol.’

Volgens de krant had een ‘onbesuisde’ sergeant lukraak met zijn karabijn geschoten ‘zonder het vermoeden van met overtreders van doen te hebben’. Het is een geval ‘dat een gansche rij van kwellerijen bekroont’. De bevolking heeft hier te doen met ‘een kwelzucht van de ergste soort.’

Geterroriseerd

De krant nam het op voor de Duitse buren. Want ook die werden behandeld ‘op een wijze die zeer ongepast is’ en daarmee werd ‘een stemming gekweekt die hoogst nadeelig is voor de vriendschappelijke verhouding der grensbewoners aan beide zijden.’ Ook de civiele gezagsdragers zijn verontwaardigd en de burgemeester van Vlodrop heeft al verschillende keren geklaagd, schrijft de krant.

‘Waarom, zo vraagt de bevolking, stationeert men hier geen Limburgers of Brabanders? En die vraag is gerechtvaardigd. Waarom moet deze bevolking worden geterroriseerd (want als men de feiten kent, spreekt men van een terreur) door lieden van een geheel anderen aard.’ Aldus de Limburger Koerier.

Als lezer zou je kunnen vermoeden dat de burgemeester zelf een belangrijke bron van de anonieme journalist van de krant was. En, warempel, een paar dagen later staat er een kort briefje van burgemeester Maessen in de krant[8] dat hij het met het stuk over de Russische Toestanden ‘volkomen eens’ is. Met andere woorden: hij heeft zelf niet met de krant gepraat, maar die schrijft toevallig wel precies op hoe hij het ziet.

De stemming

Het sociaaldemocratische Kamerlid Kleerekooper stelde over het schietincident vragen aan de regering waaruit sympathie voor de Vlodropse burgemeester bleek. Er waren in die tijd nog meer negatieve berichten in de kranten over de ‘grijzen’. Eén gaat over een dokter op weg naar een ziek kind die ’s nachts lang door de grenspolitie wordt vastgehouden[9], een ander over een conducteur van een Duitse trein die op Vlodrop Station wordt aangehouden omdat hij een pakje tabak wilde kopen[10].

De strekking van alle berichten was dat de politietroepen veel te star waren. Het was nodig dat de regering 'een en ander openlijk erkent'. Een krant noteerde instemmend dat burgemeester Maessen, 'over wien hier en daar geschreven werd alsof hij zich aan de militaire politie vergrepen had', herhaaldelijk had geklaagd[11].

Maessen had de krant dus in zijn zak, maar in zijn relatie met het hogere gezag had hij het zwaar. Hij leek ook de stemming van de dorpelingen goed te verwoorden, maar nieuwe kwesties maakten een einde aan het krediet dat hij daarmee opbouwde. Daarover gaat de aflevering van de volgende keer, een week na carnaval.

Noten

[1] Regionaal Historisch Centrum Limburg, 04.05, Archief Kabinet van de Commissaris der Koningin in Limburg 1914-1944, inv.nr. 349.

[2] RCHL, inv.nr 349, brief dd. 26 maart 1926.

[3] RCHL, inv.nr. 349, brief dd. 1 april 1926.

[4] De Amsterdammer, 9 juni 1926.

[5] Nieuwe Tilburgsche Courant, 25 juni 1926.

[6] Nieuwsblad van het Zuiden, 8 juni 1926

[7] Limburger Koerier, 22 mei 1926

[8] Limburger Koerier, 26 mei 1926

[9] Leeuwarder Courant, 7 juni 1926.

[10] Limburgs Dagblad, 5 juni 1926.

[11] Nieuwsblad van het Zuiden, 8 juli 1926.


Ja, ik wil graag een berichtje ontvangen wanneer in de toekomst op deze website een nieuwe bijdrage verschijnt.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.